Google

sHarjeet 

Hart van Holland online - Harry de Jong: Ik ben geen dorpsdichter
maandag, 6 juli 2020

Harry de Jong: Ik ben geen dorpsdichter

Geplaatst op: 08-04-2013


Zevenhuizen - Door zijn gedichten over de (lokale) actualiteit wordt hij ´dorpsdichter´ genoemd. Het eerste wat Harry de Jong (77) doet in het interview, is dat relativeren. ´Ik ben meer een dorpsrijmelaar. Ik noem mijn schrijfsels ook geen gedichten maar ´gedigies´. Literair is het niet, het draait meer om inhoud dan om fraaiheid.´ De Jong houdt het bij kwatrijnen, vierregelige gedichten. Misschien geen hoogstaande po´zie, maar toch geen makkie om te produceren. ´De gedigies moeten kritiek bevatten, of het moet grappig zijn. In de laatste regel moet de grap of het venijn zitten. Daarnaast probeer ik alle regels even lang te houden voor een bepaald ritme.´ Dat kan soms puzzelen zijn, al prefereert De Jong de spontane schrijfsels. ´De gedigies die je in n keer opschrijft, zonder diep na te denken, dat zijn de beste.´ Hoewel De Jong van grappige schrijfsels houdt, begon het allemaal met ernst. Ernst de Vogel welteverstaan, een kunstenaar die tot voor kort in Zevenhuizen woonde. ´Vier jaar geleden vroeg Ernst mij of ik limericks wilde maken, vijfregelige gedichten. Die zijn lastig, toen ben ik op een gegeven moment kwatrijnen gaan schrijven.´ De Jong werkte regelmatig samen met De Vogel en ook met Gr´ den Otter, eveneens een Zevenhuizens kunstenaar. De uitkomst van de samenwerking is nog zichtbaar in huize De Jong; aan de muur hangen tekeningen van de kunstenaars met daarbij gedichten van de dorpsrijmelaar. De eerste pennenvruchten dateren van lang, lang geleden. De Jong dicht niet alleen, hij heeft ook columns en toneelstukken geschreven en mengde zich ook schriftelijk in het debat. De Jong is een uiterst betrokken Zevenhuizenaar, al is hij een geboren Rotterdammer. ´Sinds 1962 woon ik hier. Mevrouw Nobel zei destijds: ´Hier is het aanpassen of opkrassen.´´ Aanpassen is De Jong als geen ander gelukt; hij is verslingerd aan Zevenhuizen. De fusie tot Zuidplas vindt hij maar niks. ´Al die megalomane plannen om veertigduizend huizen te bouwen.´ Geef De Jong maar het dorp Zevenhuizen. In het gedicht ´Adieu´ verwoordt De Jong het als volgt: ´Vaarwel Gemeente Zevenhuizen / Nee, nee ik ga echt niet verhuizen. Nee, jou treft geen enkele blaam / Je krijgt gewoon een andere naam (´) De naam Zuidplas, die mij verwart / Zevenhuizen blijft, in mond en hart.´ Voorzitter van de lokale PvdA-afdeling gedurende twaalf jaar, toneelspeler en -schrijver bij V.O.O., regisseur bij toneelvereniging Tante Sjaan in Oud-Verlaat; De Jong is actief geweest in de politiek maar met name op cultureel gebied. ´Als ik naar mijn werk ging met de bus, zat er altijd een bekende ´ Wim Verwaal van de toneelvereniging ´ toneelboekjes te lezen. Dat ik dat ook had gedaan toen ik nog in Rotterdam woonde, vertelde ik hem. Later stond hij ineens op de stoep: een toneelspeler was uitgevallen. Een hersenschudding of een blindedarmontsteking, ik weet niet meer waarom. Het was nog drie weken voor de uitvoering. Zo ben ik bij de toneelgroep V.O.O. gekomen.´ Op de planken verschijnt De Jong niet meer. ´Ik ben op een leeftijd dat ik niet meer zo goed teksten kan onthouden´, zegt hij lachend. Hoog aan de muur hangt een oorkonde met een gouden erepenning van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle. De Jong stapt op een stoel en leest voor: ´Deze onderscheiding is toegekend wegens waardering en respect voor de inzet gedurende een periode van meer dan veertig jaar aan het sociaal-culturele leven in de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle.´ Met een trotse glimlach stapt De Jong weer van de stoel. ´Ze wilden me een lintje geven maar dat wilde ik niet. Die koningin heeft mij nog nooit gezien, waarom zou ze mij een lintje geven?´ De dorpsrijmelaar loopt naar de kast en haalt een aantal boekjes tevoorschijn. ´Ik ben een eigen drukkerij begonnen, ´Het Scherpe Potloodje´. Het einde van het jaar nadert en dan ga ik alles van 2011 bundelen.´ Rijk zal De Jong er niet van worden en dat wil hij ook niet. ´Mensen die ik zie in de supermarkt vertellen me dat ik door moet gaan. Ach, als er animo is voor die bundeltjes wil ik ze best verkopen. Maar de opbrengst gaat naar een goed doel, wat dat ook mag zijn.´ Rijmen voor de goede zaak, het plezier en niet voor de pegels. Die positieve geluiden die hij in de supermarkt hoort, doen De Jong deugd. Een ´echte´ dorpsdichter wordt gekozen door de gemeente. Dat hoeft niet van De Jong. ´Ik ben geen dorpsdichter, ik ben liever dorpsrijmelaar en volksdichter. Het volk moet zich herkennen in je gedigies. De gemeente hoeft het niet te behagen, die moet je met een kritisch oog blijven volgen.´ Kerst viert De Jong dit jaar met zijn vrouw, zijn zus, zijn dochter en haar kinderen. ´Misschien komt mijn zoon ook, al denk ik van niet. Hij woont in Spanje en komt altijd onverwachts.´ Meer dan een gezellig bijeenkomst van de familie met lekker eten is kerst niet voor De Jong. ´Ik ben in zijn geheel niet religieus.´ De Jong gaat achter zijn computer zitten; zijn werkplek en tegelijkertijd zijn archief. Zijn potloodje blijft altijd scherp, ook tijdens Kerst. Pepijn de Groot Kerstgedachte Bij het verstrijken van de laatste donkere dagen Hoor je straks het in de mens een welbehagen Ook voor asielzoekers met een kind op straat? In de kou gezet, veroordeeld door onze Staat? Voor hen is er geen herberg of een warme sta. Wegwezen jij. is wat die Staat hen beval Geeft dat ons een goed gevoel bij kerstmis? Is welbehagen een woord zonder betekenis?
Aantal keer bekeken: 2482 | Er zijn nog geen reacties geplaatst



Deel dit bericht op uw:
Facebook Twitter Google+ Linkedin

Reacties



CONTACT:
Noordelijke Dwarsweg 1a,
2761 GA Zevenhuizen
 

deel deze pagina op uw:

Facebook Twitter Google+ Linkedin