zaterdag, 18 november 2017

Muggenziften?

Geplaatst op: 30-04-2017


Ik zocht een woord voor de titel en gaf mezelf hints: het moet betrekking hebben op ogenschijnlijke onbenulligheden en het moet iets zijn waarvan je liever niet beticht wordt. Mierenneuken leek me ongeschikt. Zulk taalgebruik kan als onzedelijk worden ervaren. Haarkloven was een optie, maar bij dat woord moet ik aan agressieve shampoocommercials denken. Wist je dat iemand die pezeweeft ook punaisepoetser kan worden genoemd? Die kende ik nog niet. 

Muggenziften, dat lijkt me een goeie. Het dekt de lading en vindt zijn oorsprong in minder onzedelijke context dan het coïteren met insecten of interpunctietekens: de Bijbel spreekt van 'muggen uitziften'. 

In Mattheüs 23:24 hekelt Jezus schriftgeleerden, farizeeën en huichelaars die muggen uit hun wijnbekers vissen (omdat bloed eten verboden was) maar kamelen erin laten drijven. Muggenziften is letten op kleine dingen terwijl grote dingen door de vingers gezien worden. De schrijver Dirck Volkertszoon Coornhert probeerde 'kameelslokker' - mijns inziens mooier dan chicaneur, vitter of kieskauwer - tevergeefs ingang te doen vinden. 

Tot twee keer toe werd ik vorige week aangesproken op mijn woordkeuze. Dat is niet veel, als je het vergelijkt met de tijd dat ik nog tenniste en de nabije omgeving het al snel ontdekte als het niet ging zoals ik wilde. Nu werd ik aangesproken op mijn woordkeuze als journalist. 

In een geval ging het om de term 'woontorens' die ik niet had bedacht. Dat woord zou, volgens de aansprekers, een negatieve bijklank hebben. Onderwerp van gesprek was mogelijke nieuwbouw aan de Leliestraat in Zevenhuizen. Door 'woontorens' te gebruiken werden volgens een aanspreker bijna traumatische ervaringen opgeroepen aan eerdere nieuwbouwplannen. Dan kun je de discussie aangaan: welk woord moet je dan gebruiken? Je kunt moeilijk berichten over een 'vijflaagsnieuwbouwappartementencomplexvoorjongenoud' want dan is de krantenkolom gevuld voor je een werkwoord hebt kunnen gebruiken. 

In een ander geval werd ik geïnterviewd over stigma's in media omtrent psychische aandoeningen. Of ik wel eens denigrerend 'autist' had gebruikt. Volgens mij niet. Als ik denigreer doe ik dat met woorden die iemand niet letterlijk kán zijn maar toch ís op dat moment: droplul, knuppel, oelewapper. Hoe bewust ben ik in het schrijven over psychische aandoeningen? Het was een vraag naar een dode hoek in mijn taalgebruik. 

Discussie over woordgebruik - ook in contexten als etniciteit, geloof en andere delicate zaken - doen je nadenken over jezelf en de taal die je (onbewust) bezigt. Als mens, maar ook als schrijver; er gaat niks boven het woord. Zulke discussies zijn zinvol, want aan ons de taak om de juiste woorden te vinden in elke vorm van communicatie. Die discussies lijken soms muggenzifterij, maar het mag vaker gebeuren. Het houdt ons scherp. Als ik met jullie denkbeeldig het glas hef op het figuurlijke muggenziften, hoop ik dat alle muggen, olifanten en kamelen er uitgefilterd zijn.

Pepijn de Groot


Aantal keer bekeken: 1154 | Er zijn nog geen reacties geplaatst



Deel dit bericht op uw:
Facebook Twitter Google+ Linkedin


Reacties



CONTACT:
Noordelijke Dwarsweg 1a,
2761 GA Zevenhuizen
 

deel deze pagina op uw:

Facebook Twitter Google+ Linkedin