Google

sHarjeet 

Hart van Holland online - 'Nog elke dag blij dat ik leef'
donderdag, 22 oktober 2020

'Nog elke dag blij dat ik leef'

Geplaatst op: 04-05-2017

Henk Dijkxhoorn maakte als jongetje de voedseldroppings bij Terbregge mee. "Het geluid van overvliegende Lancasters zal ik nooit meer vergeten.

Terbregge – "Ze vlogen zo van oost naar west", vertelt Henk Dijkxhoorn terwijl hij wijst. "Erg dicht bij elkaar en heel laag." Op 12-jarige leeftijd maakte Dijkxhoorn de voedseldroppings bij de Rotte in Terbregge, ook wel operatie Manna genoemd mee. "Die zware brommende motoren hoor ik soms nog. Het geluid van honderden overvliegende Lancasters zal ik nooit meer vergeten. Van dat harde gebrom. Daar is Rotterdam The Hague Airport niets bij."

"De eerste twee dagen dropten ze ontzettend veel zakken. Chocolade, meel, suiker en nog veel meer. 3400 ton voedsel is hier in totaal gedropt. Je kan je niet voorstellen hoeveel eten dat bij elkaar is. We woonden dan wel net buiten de grote stad, maar overal was honger. Eten was echt nergens te vinden en dus hard nodig. Het was zo erg dat mensen op straat dood neervielen. Als je de foto's van toen nu aan mensen laat zien, geloven ze niet dat het zo erg was. Er stierven er zoveel dat begrafenissen niet eens meer in houten kisten plaatsvonden. Al het hout werd in de strenge winter van '44 op '45 opgestookt. De meesten werden daarom in kartonnen dozen begraven."

Om de regio van de hongerdood te redden was dus veel eten nodig. De Amerikanen en Engelse dropten daarom grote juten zakken voedsel. "Al het eten viel achter ons huis. Ik heb het zo goed zien gebeuren! Terwijl ze gooiden liep ik in het land. Je moest natuurlijk oppassen, want die grote balen eten kwamen uit de lucht vallen en vlogen zo om je oren. De Duitsers hadden overal palen in het land neergezet uit angst voor landende vliegtuigen, dus daar konden we ons mooi achter verschuilen. Eigenlijk sloegen die palen nergens op, want in het zachte land zouden vliegtuigen zo wegzinken. Niemand die daar ooit had willen landen. Met boten op de Rotte en paard en wagens werd het afgevoerd en verspreid. Met auto's en vrachtwagens kon het niet gebeuren. Die waren allemaal meegenomen door de Duitsers."

In tegenstelling tot veel Rotterdammers heerste in Dijkxhoorns gezin geen grote honger. "Mijn vader was tuinder, dus groente was er in elk geval genoeg. Hij deelde wel heel veel uit aan de mensen die op hongertochten gingen. Toch heb ik ook wel van de droppings meegeprofiteerd. Ik kan me nog herinneren dat ik chocolade kreeg. Die smaak had je nog nooit geproefd! Mijn broer had echter zo weinig gegeten in de winter ,dat zijn darmen verstopt raakten door de chocola. Bij de bevrijding kon hij niet eens het huis uit komen", vertelt hij lachend.

"Lang heb ik gestreden voor een monument voor de vele vliegers die ons aan het einde van de oorlog van de hongerdood hebben gered. Ik begrijp nog steeds niet dat daar zo moeilijk over werd gedaan." Dankzij Dijkxhoorns inspanningen werd 28 april 2007, precies 62 jaar na operatie Manna, werd de Britse Air Commodore Andrew Geddes, die de voedseldroppings voorbereidde, de onderhandelingen met de Duitsers voerde en de deelakkoorden ondertekende, geëerd met het vernoemen van een wandelweg bij Terbregge als het Air Commodore Geddespad. Dit pad voert langs het Manna monument in de geluidswal van de noordelijke rondweg om Rotterdam. De onthulling van de naam werd verricht door Andrew Gedess zoon en kleinzoon Lieutenant-Commander Angus Geddes uit Engeland en Warrant Officer David Chiverton uit Australië. Dijkxhoorn: "Dit jaar zal ik daar weer aanwezig zijn om de bevrijding te herdenken. Ik ben blij dat ik nog leef, elke dag."

Boyan Ephraim


Aantal keer bekeken: 525 | Er zijn nog geen reacties geplaatst



Deel dit bericht op uw:
Facebook Twitter Google+ Linkedin


Reacties



CONTACT:
Noordelijke Dwarsweg 1a,
2761 GA Zevenhuizen
 

deel deze pagina op uw:

Facebook Twitter Google+ Linkedin