dinsdag, 21 november 2017

Potlood

Geplaatst op: 22-10-2017


Alweer dik dertien jaar geleden overleed mijn oom. De broer van mijn vader. Ik heb nog van alles van hem liggen. In een doosje, in een la, in mijn ouderlijk huis. Veilig opgeborgen. 

Dat had ik met zijn armband niet gedaan. Die droeg ik en verloor ik, op de fiets naar school. Ongemerkt van mijn pols gegleden, niet lang na zijn overlijden. Verschrikkelijk vond ik dat – ook al kreeg ik een nieuwe armband die er sprekend op leek. Die borg ik veilig op in het doosje, in de la. 

Het is het risico van iets dicht bij je dragen: dat je het verliest en dat je je dan ellendig voelt. Zelfs als je iets dicht bij je draagt, als sieraad, als tatoeage, kan de herinnering slijten. Zoals het slotje van de armband ongemerkt sleet van het dagelijks dragen, het om- en afdoen. Verdriet slijt ook, maar niet zonder schaamte. 

Soms denk ik: ik had zo graag met hem gepraat, hem om advies gevraagd, verhalen van hem aangehoord. Is dat niet egoïstisch, verlangen naar een overledene als gesprekspartner voor momenten waarop het even niet gaat, of juist heel goed? 

Graag zou ik zeggen dat ik dagelijks aan hem denk, maar ik moet bekennen dat dat niet zo is. Druk, druk, druk. Slap excuus, niet minder waar. Ik kan me eigenlijk niet meer herinneren hoe hij klonk. Ligt dat aan de verstreken tijd, of onderhoud ik mijn herinneringen slecht? De mengelmoes van schaamte en herinnering is bitter. Het smaakt alsof je worstelt met levertranen als je stilstaat bij de dood.

Een paar weken geleden was ik bij mijn ouders. Ik moest studeren, passages aanstrepen in mijn boek maar ik had geen potlood bij me. "Daar, op dat kastje," zei mijn vader, "staat nog een blik met stiften en potloden." 

In dat blik - waar ooit Friese worst in had gezeten - dat blik dat nu al jaren diende als opslag voor zelden gebruikt kras- en kleurgerei, dat blik dat sinds mijn uithuizing op een vaste plek staat, vond ik een potlood. Het was niet opgeborgen in lade-altaar, het was er gewoon. 

Een potlood met een clownshoofd bovenop. De rode neus steekt uit. Er groeien gele touwtjes uit het hoofd; het piekhaar van de clown. Dit is een potlood dat ik van mijn oom heb gekregen. Hij was dol op clowns, had tekeningen aan de muur van clowns. Hij was zelf een clown; hij kon mensen laten lachen en dat bewonderde ik. 

En zo had ik iets gevonden waarvan ik was vergeten dat ik het was verloren. 
Herinneringen laten zich niet veilig opbergen in een doosje, in een la. Herinneringen laten zich niet opzoeken als het schikt. Herinneringen vinden jou, op onbewaakte momenten.


Aantal keer bekeken: 535 | Er zijn nog geen reacties geplaatst



Deel dit bericht op uw:
Facebook Twitter Google+ Linkedin

Reacties



CONTACT:
Noordelijke Dwarsweg 1a,
2761 GA Zevenhuizen
 

deel deze pagina op uw:

Facebook Twitter Google+ Linkedin